Hof Arnhem-Leeuwarden 18 december 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:10317

Bezwaarschrift ex artikel 2:27 WETS gegrond. Overdracht terbeschikkingstelling. De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 16 mei 2012 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van de veroordeelde gelast. Het recidiverisico indien de veroordeelde zonder behandeling na afloop van de aan hem opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf weer op straat komt te staan, wordt als hoog ingeschat. Tijdens de behandeling in raadkamer is gebleken dat het ministerie het noodzakelijk acht dat zowel de gevangenisstraf als de maatregel van terbeschikkingstelling aan Roemenië wordt overgedragen. Indien de TBS-maatregel niet kan worden overgedragen, acht het ministerie de overdracht niet verantwoord. Het is echter onduidelijk of de maatregel van terbeschikkingstelling wel aan Roemenië kan worden overgedragen, nu immers aldaar geen strafrechtelijk equivalent van de TBS-maatregel bestaat en, hoewel er instellingen zijn die gespecialiseerd zijn in forensische psychiatrische problematiek, nog onduidelijk is of de veroordeelde in een dergelijke instelling kan worden opgenomen. Onderzoek hiernaar en met name ook het zorg- en beveiligingsniveau van deze voorzieningen in Roemenië heeft nog niet plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de minister bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing tot overdracht van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf en maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen