Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9932
Loonvordering. Vraag of sprake is van een gefingeerde arbeidsovereenkomst, ondanks het bestaan van een schriftelijk contract en feitelijke loonbetaling gedurende bijna 5 jaar. De stelling van (beweerdelijk) werknemer dat in het midden kan blijven of hij feitelijk een 40-urige werkweek had omdat het, gelet op art. 7:628 BW, aan de werkgever is om hem te werk te stellen, miskent dat eerst moet worden vastgesteld of er sprake is van een arbeidsovereenkomst, en daarmee van een verplichting tot het verrichten van arbeid.
De uitspraak op rechtspraak.nl