Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9036

In geschil is of de Inspecteur de onder 1.1. tot en met 1.6 genoemde aanslagen tot te hoge bedragen heeft vastgesteld. Het geschil spitst zich toe op de vragen: a. of het eigenwoningforfait voor de woning voor elk van de jaren 2003 tot en met 2008 dient te worden berekend naar de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor dat jaar vastgestelde waarde van de woning zonder deze te verminderen in verband met de aanwezigheid van bodem- en asbestverontreiniging; b. of de bedragen die belanghebbende in de jaren 2003 tot en met 2006 heeft betaald ter zake van de onder 2.3. genoemde leningen van de ABN AMRO voor ten hoogste 50% als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking kunnen worden genomen. Bij bevestigende beantwoording van deze vraag is tevens in geschil of indien als gevolg daarvan het bedrag van de aftrekbare kosten lager is dan het ter zake bij de aanslagregeling in aanmerking genomen bedrag, of de Inspecteur bevoegd is het verschil te verrekenen met de door hem in beroep alsnog geaccepteerde vermindering(en) uit andere hoofde van het inkomen uit werk en woning (interne compensatie); c. welk deel van de bedragen die belanghebbende in de jaren 2006 tot en met 2008 heeft betaald ter zake van de onder 2.6 genoemde lening van de Friesland Bank als aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking kunnen worden genomen; d. voor welke waarden de loods en de garageboxen voor elk van de jaren 2003 tot en met 2008 in aanmerking dienen te worden genomen bij de berekening van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen; e. of, en zo ja tot welke bedragen, belanghebbende recht heeft op een vergoeding van kosten die hij in verband met de behandeling van de bezwaren, beroepen en hoger beroepen heeft moeten maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken