Hof Arnhem-Leeuwarden 25 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:4454

In geschil is het antwoord op de volgende vragen: - Heeft de heffingsambtenaar het gelijkheidsbeginsel geschonden ten gevolge waarvan ten onrechte de cultuurgronduitzondering buiten toepassing is gelaten? - Heeft de heffingsambtenaar de waarde van de woning te hoog vastgesteld? - Heeft de heffingsambtenaar de waarde van het weiland te hoog vastgesteld? ■Belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraken op bezwaar, tot vermindering van de bij de bestreden beschikking vastgestelde waarde van de woning tot primair € 200.000 en subsidiair € 250.000, en vermindering van de bij de bestreden beschikking vastgestelde waarde van het weiland tot € 30.000. ■De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 - vermelde vragen ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. ■Beide partijen hebben voor hun standpunt voorts aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen