Hof Amsterdam 20 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:158
Voortzetting exequaturprocedure. Inmiddels staat vast dat het stuk is toegezonden op een van de in het Haags Betekeningsverdrag geregelde wijzen, sinds het tijdstip van toezending van het stuk een termijn van zes maanden is verlopen en in weerwil van alle daartoe bij de bevoegde autoriteiten aangewende pogingen geen bewijs hetzij van betekening of kennisgeving, hetzij van afgifte kon worden verkregen. Het hof kan derhalve krachtens artikel 15, tweede lid onder b van het Haags Betekeningsverdrag een inhoudelijke beslissing in de onderhavige zaak nemen en erkent en verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een buitenlands arbitraal vonnis
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 55 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 985 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 986 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 987 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 991 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1075 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1076 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering