Hof Amsterdam 12 maart 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:588
Betreft vordering van vereffenaar – voorheen bewindvoerder – nalatenschap van moeder op een van de zonen en diens vrouw, wegens beweerdelijk onrechtmatig aan de nalatenschap onttrokken gelden. Door de rechtbank was bij mondeling vonnis een bedrag van ruim 3 miljoen toegewezen. De zoon en zijn vrouw komen in hoger beroep. Het hof overweegt dat de door de vereffenaar aangevoerde grondslagen onrechtmatige daad en/of ongerechtvaardigde verrijking afketsen op het feit dat onvoldoende is komen vast te staan dat erflaatster niet in staat was haar wil te bepalen en/of dat zij het niet eens was met de wijze waarop haar vermogen werd beheerd. Ook misbruik van omstandigheden kan niet worden aangenomen. Volgt vernietiging van het vonnis in eerste aanleg, met toewijzing van de in hoger beroep nieuw door de vereffenaar ingestelde eis tot terugbetaling van een lening, die op zichzelf niet wordt betwist door de zoon en zijn vrouw.
De uitspraak op rechtspraak.nl