Hof Amsterdam 10 december 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3589
Accijns. Verwijzingszaak. Het Hof acht het oordeel van de Hoge Raad juist dat het buiten redelijke twijfel is dat de Accijnsrichtlijn aan Nederland de ruimte laat voor te schrijven dat de belastingplichtige zekerheid moet stellen voor accijns die verschuldigd is geworden wegens uitslag tot verbruik, in afwachting van de voldoening op aangifte daarvan. Er is daarom geen grond aanwezig om een prejudiciële vraag te stellen aan het Gerecht van Europese Unie. De enkele omstandigheid dat de zekerheid voor destijds aanwezige accijnsbelang de afgelopen 16 jaar afdoende is gebleken, maakt niet dat het verlangen van een hogere zekerheid, in verband met het toegenomen accijnsbelang, disproportioneel of onevenredig zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl