Hof Amsterdam 16 juni 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1790
(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2003 t/m 2015 en boetebeschikkingen. Het Hof oordeelt onder meer dat de door belanghebbende genoten middellijke winstuitdelingen een aanknopingspunt hebben met een ander land dan Nederland en vallen onder verlengde navorderingstermijn (art. 16 (4) AWR). Verder komt belanghebbende geen geslaagd beroep toe op de inkeerregeling (art. 67n AWR). Daarnaast is het Hof evenals de rechtbank van oordeel dat de inspecteur het bewijs voor de opgelegde vergrijpboeten volledig heeft geleverd op basis van wilsonafhankelijk bewijsmateriaal.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1351
- HR 22 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:103
- HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786
- CBb 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:177
- HR 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2193
- HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:303
- HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:359
- HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3198
- HR 8 augustus 2014, ECLI:NL:HR:2014:2144
- HR 16 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5706
- HR 7 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5950
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
- HR 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ6911
- HR 4 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8364
- HR 2 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1375