Hof Amsterdam 31 mei 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1688
In geschil zijn naheffingsaanslagen loonbelasting 2013 tot en met 2016. Voorts is in geschil een vergrijpboete voor het jaar 2013. De rechtbank verklaarde in zijn uitspraak (ECLI:NL:RBNHO:2021:3170) de beroepen inzake de jaren 2013, 2015 en 2016 alsmede het beroep tegen de vergrijpboete ongegrond en vernietigde de naheffingsaanslag 2014 omdat niet was komen vast te staan dat over de loonbestanddelen in 2013 belasting was geheven. De pseudo-eindheffing van artikel 32bd Wet LB bleef daarom buiten toepassing. Het Hof verklaart de hoger beroepen van de belanghebbende en de inspecteur ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526
- Rb. Noord-Nederland 11 september 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3460
- HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:970
- HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:674
- HR 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1102
- Hof Amsterdam 12 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:533
- HR 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3038
- HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930
- HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8053
- HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6686
- Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
- HR 26 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2555