Hof Amsterdam 9 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:965

Douane; beëindiging regeling douanevervoer; art. 366 UCDW; art. 203 CDW; tenietgaan douaneschuld; art. 124, lid 1, aanhef en onder k DWU; omzetbelasting. Als vaststaat dat het douanevervoer niet op regelmatige wijze is beëindigd, kan de regeling douanevervoer slechts alsnog als beëindigd worden beschouwd indien een bewijsstuk wordt overgelegd dat voldoet aan de in artikel 366, lid 2 en/of lid 3 UCDW gestelde voorwaarden. Belanghebbende heeft geen bewijsstuk overgelegd waarvan is komen vast te staan dat zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 366 UCDW. Dit brengt met zich dat de goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken, waardoor een douaneschuld is ontstaan op de voet van artikel 203 CDW. Hoger beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken