Hof Amsterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:996

Belanghebbende is vanaf 2010 firmant in een Vof die een juwelierszaak exploiteert. Hij vervalst inkoopbonnen. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor (leiding geven aan) valsheid in geschrift. De boekhouding kent voorts andere ernstige tekortkomingen (bijv. geen kas-, voorraadadministratie). De inspecteur neemt geen informatiebeschikking, stelt omkering van de bewijslast en vordert IB na. Het Hof oordeelt dat de boekhouding niet kan dienen als grondslag voor de winstberekening. Het Melo Tadeu verweer wordt verworpen. Aannemelijk is voorts dat de onderneming ten minste een bruto winst van 75% behaald heeft. De niet aangegeven winst is aanzienlijk en belanghebbende kende de ernst van de gebreken in de boekhouding. Belanghebbende heeft dus niet de vereiste aangifte gedaan. De schatting van de inspecteur, die gebaseerd is op een bruto winst percentage van 100 is redelijk. Boeten van 40% zijn passend en geboden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken