Hof Amsterdam 19 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:995
Belanghebbende is vanaf 2010 firmant in een Vof die een juwelierszaak exploiteert. Een van de firmanten, een familielid, vervalst inkoopbonnen. De boekhouding kent voorts andere ernstige tekortkomingen (bijv. geen kas-, voorraadadministratie). De inspecteur neemt geen informatiebeschikking, stelt omkering van de bewijslast en vordert IB na. Het Hof oordeelt dat de boekhouding niet kan dienen als grondslag voor de winstberekening. Het Melo Tadeu verweer wordt verworpen. Aannemelijk is voorts dat de onderneming ten minste een bruto winst van 75% behaald heeft. De niet aangegeven winst is aanzienlijk en belanghebbende wist dat een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Belanghebbende heeft dus niet de vereiste aangifte gedaan. De schatting van de inspecteur, die gebaseerd is op een bruto winst percentage van 100 is redelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 11 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3871
- Hof Amsterdam 11 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3872
- Hof Amsterdam 11 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3873
- HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:643
- EHRM 23 oktober 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510
- HR 9 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:199
- HR 22 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX6666
- HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
- HR 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3112
- HR 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2160
- HR 23 april 1986, ECLI:NL:HR:1986:AW8043