Hof Amsterdam 15 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3476

Vergoeding bij tussentijdse aflossing hypothecaire geldeling. Rabobank mocht conform het bepaalde in artikel 22 onder d. van haar Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen bij tussentijdse aflossing haar financiële nadeel, bestaande uit het verschil tussen de contractuele rente over het afgeloste bedrag gedurende de resterende rentevastperiode en de ten tijde van de aflossing nog te realiseren rente, in rekening brengen, waarbij het berekende bedrag contant werd gemaakt. Het beding is geen onredelijk bezwarend beding en evenmin een oneerlijk beding. De in het arrest genoemde Richtlijnen, artikel 81c BGfo alsmede artikel 7:127 lid 3 BW bieden geen enkel aanknopingspunt voor het betoog van kredietnemer dat Rabobank haar nadeel tenminste op portefeuilleniveau moet kunnen aantonen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken