Hof Amsterdam 18 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3351
Klacht BFT tegen een gerechtsdeurwaarder. Het BFT verwijt de gerechtsdeurwaarder dat zij geen administratie heeft gevoerd, geen beschikking heeft gehad over de kwaliteitsrekening, jaarcijfers niet heeft ingediend en een bewaringstekort niet heeft gemeld. De kamer heeft de klacht (geheel) gegrond verklaard en de maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd, waarbij de termijn als bedoeld in 43 lid 8 Gdw is bepaald op één jaar. Het hof vernietigt de bestreden beslissing omwille van de duidelijkheid en verklaart de klachtonderdelen 1 t/m 3 gegrond en 4 ongegrond. Het hof legt de maatregel van ontzetting op en bepaalt de termijn als bedoeld in 43 lid 8 Gdw op één jaar. Dat de gerechtsdeurwaarder inmiddels is gedefungeerd en in een andere onherroepelijk geworden tuchtzaak reeds uit het ambt is ontzet staat aan oplegging van de maatregel van (nogmaals) ontzetting niet in de weg. Kostenveroordeling (1.000,- euro in plaats van de gebruikelijke 3.000,- euro).
De uitspraak op rechtspraak.nl