Hof Amsterdam 24 april 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1417

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij door het leggen van het bankbeslag bewust de beslagvrije voet heeft omzeild, het bankbeslag niet onverwijld heeft opgeheven, ten onrechte geen informatie heeft verstrekt, het derdenbeslag niet heeft overbetekend en ten onrechte de door klager geleden schade slechts gedeeltelijk heeft vergoed. De kamer heeft de klacht op 3 onderdelen gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd. Zowel door klager als de gerechtsdeurwaarder is hoger beroep ingesteld. Het hof verklaart de gerechtsdeurwaarder niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep omdat het beroepschrift niet de gronden van het beroep bevat zoals wettelijk voorgeschreven. Dat laat onverlet dat het hof de klacht in al haar onderdelen integraal beoordeelt, aangezien ook het hoger beroep van klager aan het hof voorligt. Het hof verklaart de klacht op 4 onderdelen gegrond en legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping met aanzegging op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken