Hof Amsterdam 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4411

Klacht tegen een notaris. Het BFT verwijt de notaris dat hij i) per 31 december 2015 een negatieve bewaringspositie heeft van € 16.294,00, ii) het bewaringstekort in de periode van 31 december 2015 tot eind februari 2016 niet onverwijld heeft gemeld en na ontdekking niet terstond heeft aangevuld, en iii) niet voorafgaand aan een of meer overboekingen van de kwaliteitsrekening naar de (kantoor)rekening heeft vastgesteld of de bewaringspositie toereikend was. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. Het hof blijft ook voor deze zaak bij het in zijn beslissing van 30 mei 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:1928) gegeven oordeel over een beslissing van de kamer die mede is gegeven door een ten tijde van de beslissing onbevoegd lid van de kamer en vernietigt de bestreden beslissing. Het hof acht de klacht gegrond. Het is vaste rechtspraak dat een inbreuk op de bewaringsplicht in beginsel leidt tot een ontzetting uit het ambt (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2015:5117 en ECLI:NL:GHAMS:2016:2783). Er zijn het hof in deze zaak geen omstandigheden gebleken die tot een afwijking van voormeld uitgangspunt zouden moeten leiden. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden van het geval is het hof van oordeel dat de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken