Hof Amsterdam 23 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1896
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klagers verwijten de gerechtsdeurwaarder dat deze 1) stelselmatig kosten in rekening heeft gebracht die strijdig zijn met het Besluit Tarieven Ambtshandelingen Gerechtsdeurwaarders (Btag), 2) oneigenlijke druk heeft uitgeoefend door beslag roerende zaken te leggen om een betalingsregeling af te dwingen, terwijl er reeds loonbeslag was gelegd. De kamer heeft het eerste onderdeel van de klacht gegrond verklaard en het tweede onderdeel van de klacht ongegrond en heeft de maatregel van schorsing voor de duur van twee weken opgelegd. Het hof vernietigt de bestreden beslissing omwille van de duidelijkheid in zijn geheeld. Het hof verklaart klachtonderdeel 1 onder a) informatiekosten, b) kosten voor een hernieuwd bevel en d) administratiekosten gegrond, legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op met aanzegging en verklaart klachtonderdeel 1 onder c) kosten aanzegging ontruiming en klachtonderdeel 2 ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl