Hof Amsterdam 18 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1507

Vennootschapsbelasting. De zustervennootschap van belanghebbende verwerft de aandelen in een schuldenaar van belanghebbende en stelt zich garant voor schulden, die deze vennootschap heeft aan belanghebbende, onder meer uit handelstransacties. Het Hof acht aannemelijk dat de garantstelling en het daarmee gepaard gaande voordeel in enige mate zijn grond vindt in de vennootschappelijke betrekkingen. Omdat bij die stand in de rechtsstrijd een cijfermatige onderbouwing van de standpunten van partijen ontbreekt, stelt het Hof de mate waarin het voordeel grond vindt in de vennootschappelijke betrekkingen in goede justitie schattenderwijs vast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen