Hof Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:767
Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders het volgende. i. De toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft bij de beslaglegging de voor klager geldende belastingvrije voet op nihil gesteld zonder hem vooraf te hebben verzocht informatie over zijn financiële situatie te verstrekken. ii. De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op het verzoek van de gemachtigde van klager om een afschrift van het op 17 februari 2011 uitgebrachte exploot van dagvaarding te verstrekken. iii. De gerechtsdeurwaarder heeft de gemachtigde van klager ondanks zijn verzoek daartoe geen kopie verstrekt van de door [naam] aan de gerechtsdeurwaarder gegeven machtiging om de VOF en haar vennoten te dagvaarden. iv. Klager was met BOS Incasso een overeenkomst tegen finale kwijting aangegaan. BOS Incasso heeft deze overeenkomst op onterechte gronden vervallen verklaard, hetgeen [het kantoor] zonder meer heeft overgenomen. De kamer heeft de klacht gericht tegen de gerechtsdeurwaarder (klachtonderdelen ii., iii. en iv.) en tegen de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder (klachtonderdeel i.) ongegrond verklaard. Het hof vernietigt de beslissing van de kamer, verklaart klachtonderdeel i. gegrond en legt aan de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op. De tegen de gerechtsdeurwaarder gerichte klachten worden ongegrond (ii. en iii.) en niet-ontvankelijk (iv.) verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl