Hof Amsterdam 22 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5750

Met de rechtbank is het Hof van oordeel dat belanghebbende in de jaren 2002 tot en met 2006 zijn woonplaats in Nederland had in de zin van artikel 4 van de AWR; belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij Nederland metterwoon heeft verlaten. Voorts is het Hof van oordeel dat belanghebbende dient te worden aangemerkt als de uiteindelijk gerechtigde tot de aandelen in twee Zwitserse vennootschappen; bij dit oordeel heeft het Hof – anders dan de rechtbank – de bewijslast omgekeerd en verzwaard vanwege het niet doen van de vereiste aangiften

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken