Hof Amsterdam 6 december 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5196

Klacht tegen een notaris. Klagers verwijten de notaris i) dat hij in de ondersplitsingsakte een stemverhouding heeft opgenomen waarvan hij wist of moest weten dat klagers het daarmee niet eens waren ii) dat de tekst van de ondersplitsingsakte niet in overeenstemming was het aan klagers toegezonden concept iii) de ondersplitsingsakte is gepasseerd zonder dat de notaris over een daartoe toereikende volmacht van klagers beschikte iv) hij niet heeft gereageerd op verzoeken van de kantonrechter om opheldering van zaken te geven v) hij als getuige in strijd met de waarheid tegenover de kantonrechter heft verklaard dat hij voorafgaand aan het passeren van de ondersplitsingsakte telefonisch een (mondelinge) volmacht had gekregen. De kamer heeft de klacht op een onderdeel ongegrond en voor het overige gegrond verklaard en de notaris de maatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. Het hof vernietigt de bestreden beslissing, verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond en legt de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt op voor de (maximale) duur van zes maanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken