Hof Amsterdam 26 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2993

Klacht tegen een kandidaat-notaris. De KNB verwijt de kandidaat-notaris dat hij niet respectievelijk onvoldoende invulling geeft en ook logistiek onvoldoende invulling kan geven aan zijn verplichtingen zoals omschreven in artikel 43 lid 1 Wna en dat hij handelt in strijd met de beleidsregel integere beroepsuitoefening. De kamer heeft de klacht deels gegrond verklaard (klachtonderdeel 1), de kandidaat-notaris ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd en de klacht deels ongegrond verklaard (klachtonderdeel 2). Het hof is van oordeel dat het feit dat de kandidaat-notaris meer dan 7.000 akten per jaar passeert niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat de kandidaat-notaris dan wel tekort moet schieten in zijn voorlichtingsplicht. Concrete voorbeelden dat dit het geval is geweest en dat, voor zover daarvan sprake is geweest, deze gevallen niet op zichzelf staan, ontbreken. Het nalaten van de kandidaat-notaris het dienstverband met mr. X te beëindigen is in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het hof vernietigt de beslissing van de kamer en verklaart de klacht ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken