Hof Amsterdam 20 september 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT2343

Het KNB verwijt de notarissen te hebben gehandeld in strijd met de Wet op het notarisambt, verder Wna, en de daarop gestoelde verordeningen. Het KNB stelt dat de notarissen niet altijd zelf aanwezig zijn bij het gehele proces waaruit het passeren van een akte bestaat, waaronder het KNB mede het Belehren van partijen verstaat, en laten de Belehrung ook wel eens over aan een van hun werknemers. In het kader van de Belehrung is de notaris gehouden om bij het passeren van de akte zich ervan te vergewissen dat de akte daadwerkelijk de wil van partijen weergeeft en dat partijen begrijpen wat de gevolgen van de neergelegde afspraken zijn. Indien de notaris de bespreking van de inhoud van akten en de toelichting daarop overlaat aan een medewerker van het kantoor, voldoet de notaris daaraan dus niet. Het is ook voorgekomen dat één van de partijen een akte heeft getekend zonder dat de notaris daarbij aanwezig was. De akten zijn als gevolg daarvan, volgens het KNB, nietig. Het hof is van oordeel dat de handelwijze van de notarissen onjuist is. Blijkens de wetsgeschiedenis mag de notaris aannemen dat hij aan zijn informatieplicht op juiste wijze heeft voldaan indien hij er van overtuigd is dat de verschijnende personen hebben begrepen wat de inhoud van de akte is. Weliswaar hebben de notarissen verklaard dat zij in de hiervoor bedoelde gevallen die overtuiging bezaten, maar het hof stelt vast dat zij redelijkerwijs niet tot die overtuiging hebben kunnen komen nu de notarissen het verstrekken van informatie aan de verschijnende personen overlieten aan een van hun medewerkers, die naar ter zitting is gebleken geen juridisch geschoold medewerker is, en de notarissen naar zij hebben verklaard niet wisten wat hun medewerker met de verschijnende partijen had besproken en derhalve ook niet konden weten of de door hun medewerker verstrekte informatie door partijen was begrepen. De werkwijze waarbij in voorkomende gevallen een of meer partijen de akte(n) hebben getekend buiten aanwezigheid van een van de notarissen, acht het hof eveneens onjuist. Door aldus te handelen hebben de notarissen bij herhaling ernstige fouten gemaakt en ingevolge het bepaalde in artikel 43 lid 4 jo lid 6 Wna ontberen de akten daardoor authenticiteit. Daarmee is de kern van de vertrouwenstaak van de notarissen geschonden, namelijk het door hun waarheidsgetrouwe verklaring zekerheid geven aan het rechtsverkeer. Anders dan de kamer acht het hof, gelet op de aard en de ernst van de tuchtrechtelijk laakbare handelwijze van de notarissen de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden. Het hof vernietigt de bestreden beslissing waar het betreft de opgelegde maatregel en ontzet de notarissen uit het ambt van notaris.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen