Hof Amsterdam 19 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2104
Belanghebbende is voor beroep storingsmonteur. In verband met zijn werkzaamheden als storingsmonteur is hem door de werkgever een bestelauto ter beschikking gesteld. Het Hof acht belanghebbende niet geslaagd in de (zware) bewijslast te doen blijken dat de auto naar aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De bijtelling privégebruik auto (artikel 3.81 Wet IB 2001 in verbinding met 13bis Wet LB) heeft dan ook terecht plaatsgevonden. De omstandigheid dat belanghebbende in procedures over een reeks van andere jaren waarin dezelfde problematiek aan de orde was telkens in het ongelijk is gesteld, brengt niet mee dat het hem niet meer vrij zou staan het onderhavige geschil wederom aan de belastingrechter voor te leggen. Van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is geen sprake en het incidenteel beroep van de inspecteur is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl