Hof Amsterdam 7 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3991
Belanghebbende heeft bij de aangiften een lagere factuur overgelegd met een lagere factuurprijs dan de prijs die daadwerkelijk met de hogere factuur voor de goederen is betaald. Het Hof oordeelt dat de hogere factuurprijs de transactieprijs en daarmee de douanewaarde voor de ingevoerde goederen vormt. Dat deze prijs gedeeltelijk bestaat uit een betaling voor het bewerkstelligen van een lager toe te passen tarief van invoerrechten doet hier niet aan af. Daarbij zijn de uit de transactieprijs te elimineren invoerrechten niet te onderscheiden van de werkelijk betaalde of te betalen prijs en is sprake van een leveringsvoorwaarde 'CFR' (Cost and Freight), hetgeen inhoudt dat de transactieprijs niet de te betalen invoerrechten bevat. Er kan derhalve geen sprake zijn van eliminatie van invoerrechten uit de transactieprijs op de voet van artikel 33 CDW.
De uitspraak op rechtspraak.nl