Hof Amsterdam 28 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3081
Klacht tegen gerechtsdeurwaarders. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders in strijd te hebben gehandeld met artikel 10 van de Verordening door gelijktijdig onder drie banken beslag te leggen, zonder dat zij een gerechtvaardigd vermoeden hadden dat hij, klager, bij die banken een rekening had. De kamer heeft het verzet van klager tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk gegrond verklaard, de door klager tegen de gerechtsdeurwaarders ingediende klacht gegrond verklaard voor zover die betrekking had op de gelegde bankbeslagen en aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel opgelegd van betaling van een geldboete van € 2.500,-. Het hof vernietigt de bestreden beslissing waar het betreft de oplegging van de maatregel aan de gerechtsdeurwaarders, ziet af van het opleggen van een maatregel, en bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.
De uitspraak op rechtspraak.nl