Hof Amsterdam 9 september 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3735

Het verwijt van de KBvG dat de gerechtsdeurwaarders buitensporig hoge executiekosten aan schuldenaren berekenen en stelselmatig ambtshandelingen verrichten, die gericht zijn op het verhogen van de kosten van de executie, is terecht. Geen deugdelijke grondslag voor in rekening gebrachte ontruimingskosten. Het is tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de gerechtsdeurwaarders zich niet hebben gehouden aan de wettelijke bepalingen met betrekking tot het overbetekenen van een beslag. Gezien de standaard werkwijze van de gerechtsdeurwaarders is het niet uitgesloten dat in meer dossiers de kosten van gelijktijdig uitgebrachte overbetekeningen niet zijn beperkt tot de kosten van één overbetekening. Het is de gerechtsdeurwaarders te verwijten dat zij structureel en in een dermate groot aantal dossiers direct bij aanvang van de executie, vrijwel gelijktijdig, telkens onder twee banken beslag hebben gelegd. Gelet op de aard en de ernst van de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders, met name de structurele basis van het handelen gedurende een langere periode in een groot aantal zaken, ziet het hof aanleiding aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel van schorsing voor de duur van vijf maanden respectievelijk twee maanden op te leggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken