Hof Amsterdam 23 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2191
Belanghebbende heeft zijn - in art. 5.3, onder b, Wet IB uitgezonderde - ib-schuld (zonder instemming van de ontvanger) tegen een zakelijke prijs overgedragen aan zijn BV. Hoewel de schuldoverneming niet tegenover de ontvanger werkt, gaat de schuld belanghebbende sindsdien niet meer aan en behoort zij niet meer tot zijn vermogen. De schuldoverdracht is (ook) niet in strijd met doel en strekking van art. 5.3 Wet IB. Om de geheimhouding van persoonlijke en financiële gegevens in deze uitspraak adequaat te beschermen zijn alle bedragen (m.u.v. die betreffende de proceskostenveroordeling) in de gepubliceerde uitspraak met een (onbekende) factor vermenigvuldigd en tussen ‘harde haken’ geplaatst.
De uitspraak op rechtspraak.nl