Hof Amsterdam 11 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5184
Fiscale eenheid via buitenlandse (EU) tussenhoudster toegestaan. Omdat in de binnenlandse situatie een moedervennootschap ervoor kan kiezen om via een tussenhoudster een f.e. met haar kleindochter te vormen en dit niet mogelijk is ingeval de tussenhoudster in een andere EU-lidstaat is gevestigd, vormt het f.e.-regime een beperking van de vrijheid van vestiging. In beginsel vormt het fiscalecoherentiebeginsel daarvoor een rechtvaardigingsgrond, namelijk voor zover bij de moeder van de f.e. geen liquidatie- en financieringsverliezen kunnen ontstaan ter zake van gevoegde (achter)(klein)dochters. De Nederlandse regeling is echter disproportioneel omdat zij verder gaat dan noodzakelijk is om die coherentie te behouden. Er is sprake van een verboden beperking.
De uitspraak op rechtspraak.nl