Hof Amsterdam 29 oktober 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3581

Klaagster verwijt de notaris dat hij (wederom) tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld bij de afhandeling van de nalatenschap van haar moeder (erflaatster). Op een eerder door klaagster tegen de notaris ingediende klacht die eveneens op de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster door de notaris betrekking heeft, is bij (onherroepelijke) beslissing van dit hof van 26 februari 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:2569) beslist. Ten aanzien van het onder 4.2. weergegeven klachtonderdeel acht het hof, anders dan de kamer, het onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris na 28 april 2011 de nalatenschap van erflaatster onvoldoende voortvarend heeft afgewikkeld en de gelden van de nalatenschap onnodig lang onder zich heeft gehouden. Het hof is voorts van oordeel dat dat het beter was geweest als de notaris zijn brief van 9 juni 2011 (met bijlagen) wel aan de advocaat van klaagster had gestuurd. Echter levert het feit dat de notaris dit heeft nagelaten, geen tuchtrechtelijk verwijt op. Dit ligt anders inzake het verwijt van klaagster dat de notaris geen actie heeft ondernomen toen enige reactie van haar kant op de brief van de notaris van 9 juni 2011 uitbleef. Zeker gezien de voorgeschiedenis in deze zaak, had de notaris er bovenop moeten zitten en binnen redelijke termijn actie moeten ondernemen toen klaagster in het geheel niet reageerde. De notaris had de zaak in ieder geval niet nog een paar maanden op zijn beloop mogen laten. Het hof passeert het verweer van de notaris dat hij in deze periode met vakantie was. Gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval had de notaris voor die situatie een voorziening kunnen en moeten treffen. Het hof zal legt de notaris de maatregel van berisping op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken