Hof Amsterdam 26 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2569
De klacht van klaagster tegen de notaris inzake de afwikkeling van de nalatenschap van haar moeder, valt uiteen in negen onderdelen. Het hof is van oordeel dat de klacht betreffende het verzoek van klaagster aan de notaris om contact op te nemen met moeder (zoals verwoord onder 4.1.) geen doel treft. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel (zoals verwoord onder 4.2.) concludeert het hof dat klaagster in dit onderdeel van haar klacht ontvankelijk is en dat de notaris door de enveloppe wel aan te nemen maar niet te openen, in strijd met de verplichting voortvloeiend uit dit artikel 48 lid 1 Wna heeft gehandeld. Ter zake van het klachtonderdeel zoals verwoord onder 4.3. is het hof, anders dan de kamer, van oordeel dat het de notaris niet kan worden verweten dat hij na 8 jaar niet meer wist dat hij de akte waarbij de desbetreffende volmacht niet aan hem maar aan een van zijn kantoorgenoten werd verleend, had gepasseerd. Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de klacht met betrekking tot de beperkte boedelvolmacht (zoals verwoord onder 4.4.) evenmin doel treft. Ten aanzien van de klachtonderdelen zoals verwoord hiervoor onder 4.5., 4.6. en 4.7. heeft het onderzoek in hoger beroep niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het klachtonderdeel dat ziet op het niet of pas na lange tijd reageren door de notaris op brieven en e-mailberichten van de door klaagster ingeschakelde partijnotaris en advocaat (zoals verwoord onder 4.8. ) heeft de notaris ook in hoger beroep niet, althans niet voldoende gemotiveerd, weersproken. Met de kamer is het hof van oordeel dat dit klachtonderdeel gegrond is. Het betaamt een notaris niet om stelselmatig niet dan wel te laat te reageren op brieven en e-mails. Ook het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de afwikkeling van de nalatenschap is gegrond. Het hof acht de maatregel van schorsing in de uitoefening van zijn ambt voor de duur van twee weken passend en geboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl