Hof Amsterdam 20 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1833
De feiten en omstandigheden wettigen het vermoeden dat het economische eigendom van de aandelen van een vennootschap berustte bij (de leden van) een maatschap, waaronder belanghebbende. Belanghebbende is dus houder van een aanmerkelijk belang en heeft ter zake van de verkoop van een aantal panden winst uit aanmerkelijk belang genoten. Er is sprake van voorwaardelijk opzet hetgeen het opleggen van een vergrijpboete rechtvaardigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl