Hof Amsterdam 31 januari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV5538

In deze zaak gaat het om de vraag in hoeverre het een gerechtsdeurwaarder is toegestaan als incassogemachtigde een debiteur te blijven dagvaarden voor nieuwe vorderingen, als er al een executoriale titel is of zelfs meer executoriale titels zijn voor eerdere vorderingen op dezelfde debiteur. Voor de gerechtsdeurwaarder is dat echter geen vrijbrief om als incassogemachtigde in het geheel geen rekening te houden met de belangen van een schuldenaar. De gerechtsdeurwaarder zal telkens zelf dienen te toetsen of de grenzen van het toelaatbare worden overschreden. Terecht heeft de kamer geoordeeld dat een gerechtsdeurwaarder een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de proportionaliteit van de te maken kosten.Het hof is met de KBvG van oordeel dat niet kan worden volstaan met de enkele gegrondverklaring van de klacht. Gelet op wat hiervoor is overwogen en gelet op de aard van de klacht (het onnodig maken van kosten) is het opleggen van een boete van de hierna te vermelden hoogte een passende sanctie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen