Hof Amsterdam 19 juni 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:4388

De Verordening en het Reglement bevordering vakbekwaamheid gerechtsdeurwaarders bevatten geen bepaling waarin een pro rato studie-eis is beschreven voor situaties als de onderhavige, waarin een gerechtsdeurwaarder in een bepaalde periode ontslag neemt, terwijl nog niet de volledig voorgeschreven PE-punten zijn behaald. Tot het moment van het tussentijdse ontslag als (kandidaat-)gerechtsdeurwaarder kan niet worden vastgesteld dat het lid niet aan artikel 2 van de verordening heeft voldaan, doordat de aaneensluitende periode van twee jaar waarin de punten moeten worden behaald, nog niet is verstreken. Het doen en laten van de voormalige (kandidaat-)gerechts¬deurwaarder in de periode na zijn ontslag kan niet aan de regels van de verordening worden getoetst. Met de kamer is het hof van oordeel dat hierover slechts anders kan worden gedacht in de situatie dat een tussentijds uitgetreden lid op het moment van zijn uittreden nog maar zo weinig studiepunten heeft behaald dat het uitgesloten is dat hij, als hij de tweejaarstermijn had volgemaakt, het minimum aantal punten had kunnen behalen. Die situatie doet zich hier niet voor. Het voorgaande geldt evenzeer voor de situatie dat de oud-kandidaat-gerechtsdeurwaarder in de periode 2009-2010 niet de verplichte cursus Ethiek en Tuchtrecht heeft gevolgd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen