Hof Amsterdam 23 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT2512
Op grond van artikel 1:3 van de Algemene Douanewet is het douaneambtenaren in principe toegestaan op een luchthaven bij medewerkers van een luchtvaartmaatschappij boekingsgegevens op te vragen, voor zover dat in redelijkheid nodig is voor de handhaving van de Opiumwet. In het licht van het bepaalde in artikel 8, tweede lid, EVRM moet in een dergelijk geval tevens worden voldaan aan het in die bepaling neergelegde noodzakelijkheidsvereiste. In dit geval moet het ervoor worden gehouden dat de betrokken douaneambtenaar niet bevoegd was de boekingsgegevens op te vragen. Het hof is van oordeel dat een en ander een vormverzuim als bedoeld in het eerste lid van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering oplevert. Het hof is van oordeel dat kan worden volstaan met strafvermindering.
De uitspraak op rechtspraak.nl