Hof Amsterdam 3 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6980

(Voorwaardelijke) regresvordering uit hoofde van borgtocht vormt terbeschikkingstelling als bedoeld in art. 3.92, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, Wet IB 2001 en wel vanaf het moment waarop de borgtochtovereenkomst is gesloten. Zowel die (voorwaardelijke) vordering als de (voorwaardelijke) schuld aan de derde crediteur behoort tot het werkzaamheidsvermogen van de borgsteller. Goed koopmansgebruik staat toe om ingeval van (dreigende) insolvabiliteit van de hoofdschuldenaar een negatief saldo daarvan als passiefpost tot uiting te brengen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen