Hof Amsterdam 16 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9419
X is in 2002 vennoot geworden in een CV die als doel had het voortbrengen van een film. Om vooraf zekerheid te verkrijgen dat de commanditaire vennoten in de CV gerechtigd zijn tot fiscale faciliteiten heeft de CV met de inspecteur een winstvaststellingsovereenkomst gesloten. Het Hof is met de rechtbank van oordeel dat de inspecteur de winstvaststellingsovereenkomst terecht heeft opgezegd omdat de kosten van het filmproject niet volledig voor rekening van de CV zijn gekomen. Het Hof acht het evident in strijd met het evenredigheidsbeginsel indien aan belanghebbende bij opzegging van de winstvaststellingsovereenkomst de rechten worden ontzegd die hem op grond van de wet toekomen ter zake van de investering in de film voor zover deze investering voor rekening van de CV heeft plaatsgevonden, zoals de inspecteur heeft gesteld. Het Hof wijst de zaak terug naar de inspecteur om opnieuw uitspraak te doen. In beginsel is sprake van een bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft de inspecteur te veroordelen in de werkelijke proceskosten, maar dat kan in deze procedure niet leiden tot een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire.
De uitspraak op rechtspraak.nl