Hof Amsterdam 22 december 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BG8897
Voor zover de inspecteur bedoelt te betogen dat ook indien tussen partijen vaststaat dat met het openbaar vervoer naar dezelfde plaats van werkzaamheden pleegt te worden gereisd en dat de kosten daarvan door de betrokken belastingplichtige zijn betaald, de reisaftrek desalniettemin uitsluitend kan worden toegekend indien die belastingplichtige de plaatsbewijzen op verzoek aan de inspecteur doet toekomen, verwerpt het Hof dat betoog. De artikelen 3.87, leden 9 tot en met 11, van de Wet en 16 van de Uitvoeringsregeling geven immers slechts voorschriften ten aanzien van de bewijslevering. Indien tussen partijen niet in geschil is dat met het openbaar vervoer naar dezelfde plaats van werkzaamheden pleegt te worden gereisd en dat de kosten daarvan door de betrokken belastingplichtige zijn betaald staat het niet kunnen overleggen van de plaatsbewijzen aan het verlenen van de aftrek derhalve niet in de weg.
De uitspraak op rechtspraak.nl