Hof Amsterdam 21 april 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1708
In geschil is of de betekeningkosten terecht in rekening zijn gebracht. Belanghebbende stelt dat hij geen verzoek heeft gedaan om uitstel van betaling en dat dus de verjaringstermijn niet kan worden verlengd met de uitsteltermijn. Het Hof concludeert dat noch uit de tekst van artikel 25 en 27 van de Invorderingswet 1990 noch uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat uitstel op verzoek dient te zijn verleend. Ook aan de Leidraad valt niet het vertrouwen te ontlenen dat de verjaringstermijn niet zou worden verlengd. Daarenboven is door de ontvanger voldoende aannemelijk gemaakt dat het uitstel bij beschikkingen is verleend, en dat deze beschikkingen op de voorgeschreven wijze door toezending bekend zijn gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl