Hof Amsterdam 28 februari 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC8299

In beginsel rechtvaardigt het laten bestaan van het bewaringstekort de door de kamer opgelegde maatregel. De gerechtsdeurwaarder is immers reeds eerder, in 2005, tuchtrechtelijk berispt vanwege een bewaringstekort. De gerechtsdeurwaarder heeft echter bijzondere omstandigheden aangevoerd, die mede de oorzaak van ontstaan en het voortbestaan van het bewaringstekort vormden. Die bijzondere omstandigheden zijn voor het hof aanleiding om een minder vergaande maatregel op te leggen. Het hof tekent hierbij aan dat genoemde kwestie niet alleen op het conto van de gerechtsdeurwaarder kan worden geschreven gezien het feit dat hij bij het opleggen van de vorige maatregel in maatschapsverband met [naam] samenwerkte en zij dus gezamenlijk hiervoor verantwoordelijk moeten worden gehouden. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder aangetoond dat hij het bewaringstekort heeft weggewerkt binnen enkele maanden nadat hij het kantoor alleen heeft voortgezet

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen