Hof Amsterdam 12 juni 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8617

In verband met de niet-zuivering van een aantal aangiften zijn aan belanghebbende 14 uitnodigingen tot betaling (UTB) uitgereikt. Op elf hiervan waren landbouwheffingen van toepassing. Belanghebbende tekende bezwaar aan tegen de UTB's, deze bezwaren werden door de inspecteur afgewezen. Belanghebbende deed een verzoek tot herziening van de uitspraak op bezwaar. De inspecteur verklaarde het verzoek van belanghebbende niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het door belanghebbende tegen de beschikking ingestelde beroep ongegrond. Naar het oordeel van de Douanekamer voldeed belanghebbendes verzoek echter wel degelijk aan de 4 voorwaarden voor herziening als opgesomd in het Kuhne & Heitz-arrest. Volgens de Douanekamer kan het Honeywell-arrest van 20 januari 2005 worden beschouwd als 'latere rechtspraak', nu het Hof van Justitie zich in het Lensing & Brockhausen-arrest in soortgelijke zin heeft uitgelaten over de inhoud van een kennisgeving niet-zuivering, maar toen in het licht van artikel 36, lid 3 van Verordening (EEG) nr. 222/77. De Douanekamer trekt de conclusie dat het Honeywell-arrest niet moet worden gezien louter als een herhaling van het Lensing & Brockhausen-arrest, maar als een eerste oordeel van het Hof van Justite over de inhoud en betekenis van de kennisgeving niet-zuivering, binnen het leerstuk van de douaneschuld, in het nieuwe stelsel. Het Honeywell-arrest was uit een oogpunt van rechtszekerheid noodzakelijk. De Duitse rechter, die naast het bestaan van het Lensing & Brockhausen-arrest toch nog prejudiciele vragen stelde in de Honeywell-zaak, moet die mening ook zijn toegedaan. Aan de 4 voorwaarden van het Kuhne & Heitz-arrest is voldaan, de inspecteur moet zijn besluit opnieuw naar de inhoud onderzoeken met inachtneming van het Honeywell-arrest en de 11 overige uitspraken van de Douanekamer. (Zie hiervoor de zaken met nrs. 98/90185 DK en 02/3450 DK. Hoger beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen