Hof Amsterdam 13 april 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2101
De strekking van artikel 50 lid 1 Gdw brengt met zich dat gedurende de periode van de schorsing van de gerechtsdeurwaarder op generlei wijze tot uitdrukking dient te komen dat de gerechtsdeurwaarder werkzaam is in deze hoedanigheid. Hieruit volgt dat uit het briefpapier niet mag blijken, noch dat de schijn gewekt mag worden dat de gerechtsdeurwaarder als zodanig werkzaam althans in functie is.
De uitspraak op rechtspraak.nl