Hof Amsterdam 23 februari 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AV3044
Het hof stelt voorop dat - gelet op artikel 22 Wna – de notaris in het maatschappelijk leven een zodanige vertrouwensfunctie vervult, dat de aan zijn ambt verbonden geheimhoudingsplicht in beginsel zich ook uitstrekt tot het recht om zich te verschonen van het afleggen van een verklaring voor de (tucht)rechter. Of de notaris in geval van een tegen hem aangespannen tuchtprocedure de bevoegdheid heeft zijn geheimhoudingsplicht te doorbreken kan hier buiten beschouwing blijven. De kamer heeft echter aan het verschoningsrecht van de notaris het gevolg verbonden de inhoudelijke behandeling voort te zetten achter gesloten deuren, en buiten aanwezigheid van klaagster, teneinde de notaris in de gelegenheid te stellen een verklaring af te leggen. Daarmee heeft de kamer het recht van klaagster op een eerlijke procesvoering, waaronder begrepen het recht op hoor en wederhoor, miskend. De notaris had klaagster uitdrukkelijk op het prijsverschil moeten wijzen. De notaris had niet mogen volstaan met het enkel toesturen van de koopovereenkomst en de nota van afrekening.
De uitspraak op rechtspraak.nl