Hof Amsterdam 2 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4472

Aan bh zijn opties toegekend die onder een voorwaardelijke tijdsbepaling kunnen worden uitgeoefend. Gelet op de wijze waarop deze toekenning naar belanghebbende bekend is gemaakt, heeft hij de opties eerst in 2000 heeft genieten. Dat bh zijn optierechten bij het onvoorwaardelijk worden daarvan geacht wordt te hebben genoten, ongeacht een daadwerkelijk uitoefenen van die rechten, houdt geen schending in van art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen