Hof Amsterdam 23 december 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ4426

De bevoegdheid voor de Nederlandse douaneautoriteiten om de douaneschuld in te vorderen, kan alleen dan rechtsgeldig worden verworven, indien aan belanghebbende ook met zoveel woorden een termijn van drie maanden is geboden om het bewijs te leveren van de plaats waar de overtreding of onregelmatigheid zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. Het staat vast dat belanghebbende die gelegenheid niet is gegeven. Het stellen van deze vraag met betrekking tot de plaats van de overtreding of de onregelmatigheid is van wezenlijke betekenis in de douaneprocedure om tot de vaststelling van de douaneschuld te komen; het achterwege laten van die vraag kan niet worden rechtgezet - zoals de inspecteur bepleit - met de opvatting dat die vraag reeds min of meer in de tekst van de kennisgeving lag besloten. Daarom moet deze omissie ten volle voor risico van de inspecteur komen, en leidt zij tot de conclusie dat de inspecteur in casu niet bevoegd was de douanerechten te innen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen