Hof Amsterdam 22 september 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM2627
Opzettelijke belediging van de vermoedelijke opvolger van de Koning en opzettelijke belediging van de echtgenoot van de vermoedelijke opvolger van de Koning (artikel 112 van het Wetboek van Strafrecht). Op grond van artikel 10 lid 2 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) is een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting toegestaan, indien bij wet voorzien en noodzakelijk in een democratische samenleving. In casu geen schending van artikel 10 lid 2 EVRM door verdachte te vervolgen op grond van artikel 112 Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl