CRvB 20 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1722

Ouderlijke bijdrage. Omrekening buitenlands inkomen. Daling wisselkoers Verlegging peiljaar. Het geschil in hoger beroep is beperkt tot de vraag of het inkomen van de ouders van appellant in Argentijnse peso’s in het peiljaar 2019 moet worden omgerekend in euro’s met de wisselkoers uit 2019 of met de wisselkoers uit 2021. Op grond van artikel 3.9, eerste lid, van de Wsf 2000, welk artikellid ingevolge artikel 3.9a van de Wsf 2000 ook geldt voor appellant, wordt uitgegaan van het toetsingsinkomen van de ouders in het peiljaar voor de bepaling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage. Uit de wettelijke systematiek vloeit rechtstreeks voort dat een buitenlands inkomen van ouders in het peiljaar, in andere valuta dan de euro, moet worden omgerekend in euro’s aan de hand van de wisselkoers in het zogeheten peiljaar. De Wsf 2000 biedt in artikel 3.10 de mogelijkheid om in geval van een terugval in (omgerekend) inkomen het peiljaar te verleggen. Het peiljaar kan (onder meer) worden verlegd naar het jaar waarop de aanvraag van de aanvullende beurs ziet. De wet biedt daarmee ook een vangnet voor inkomensdalingen van ten minste 15% , waaronder die die (mede) het gevolg zijn van een sterke wisselkoersdaling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken