CRvB 13 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1665
Omdat onduidelijk was of appellante recht had op studiefinanciering heeft de minister pas, na een procedure, een reisrecht aan appellante toegekend. Appellante heeft daarom enkele maanden niet gratis of met korting kunnen reizen. De minister heeft erkend dat de aanvankelijke weigering van studiefinanciering onrechtmatig was. Het gaat in deze zaak om de vraag of de minister aan appellante om die reden een schadevergoeding moet betalen. Volgens de Raad is dat het geval en ligt het daarbij voor de hand om de vergoeding van de schade (gemaakte kosten, maar ook gemist voordeel) op een redelijk bedrag vast te stellen. Daarvoor wordt aangesloten bij het bedrag dat studenten krijgen die tijdelijk in het buitenland studeren en daarom geen gebruik kunnen maken van het reisrecht. Dat is ongeveer 100 euro per maand. Daarover moet ook wettelijke rente worden vergoed.
De uitspraak op rechtspraak.nl