CRvB 25 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2321
Intrekking en terugvordering van bijstand. Vermogen. Geld in contanten. Beschikkingsmacht over auto’s. Rechtbank heeft ten onrechte zelf voorzien. Het college heeft terecht aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien. De rechtbank had zich ervan moeten vergewissen of het college nog mogelijkheden zag voor nader onderzoek naar de vraag of betrokkene kon beschikken over de op naam van betrokkene gestelde auto’s. Een bestuurlijke of judiciële lus was aangewezen. Op basis van de onderzoeksbevoegdheden is er voldoende feitelijke grondslag voor het oordeel dat betrokkene in elk geval de feitelijke beschikkingsmacht had over twee auto’s. De herkomst van in de woning van betrokkene aangetroffen contante geldbedragen heeft appellant niet aannemelijk gemaakt. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat het aangetroffen geld niet van hem was. Het college heeft dit geldbedrag dan ook terecht toegerekend aan het vermogen van betrokkene. De Raad draagt het college op een nieuwe beslissing over de terugvordering te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 28 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:380
- CRvB 16 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:133
- CRvB 8 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2451
- CRvB 11 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:133
- CRvB 1 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3123
- CRvB 23 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1449
- CRvB 16 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1384
- CRvB 11 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3937
- CRvB 7 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2399
- CRvB 23 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1921
- EHRM 28 maart 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0328JUD004502807
- EHRM 18 oktober 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1018JUD002110707
- CRvB 9 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:951