CRvB 9 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:951
Intrekking en terugvordering bijstand omdat betrokkenen een gezamenlijke huishouding voeren. Observaties. Verklaringen van betrokkenen en getuigen, schriftelijke verklaring van betrokkene 2. Door de bestreden besluiten 2 en 3 te vernietigen en het college de opdracht te geven om te onderzoeken of op grond van de voorhanden onderzoeksgegevens een latere intrekkingdatum dan 1 juni 2004 mogelijk is, heeft de rechtbank de mogelijkheden tot definitieve beslechting van het geschil onvoldoende onderzocht. Het college was bevoegd de bijstand van betrokkene 1 vanaf 7 mei 2009 in te trekken en de gemaakte kosten van bijstand van betrokkenen (mede) terug te vorderen. Hetgeen betrokkenen in dit verband hebben aangevoerd over de ernstige psychische en lichamelijke gesteldheid van betrokkene 1 vormt op zichzelf geen grond voor het oordeel dat het college van (mede)terugvordering had behoren af te zien. Opdracht tot het nemen van een nieuw besluit inzake de terugvordering over de periodevan 7 mei 2009 tot en met 31 augustus 2009.